Brutalisme wordt steeds meer gewaardeerd door een breder publiek en krijgt langzaam maar zeker de erkenning die het verdient. Lange tijd vielen deze betonnen kolossen uit de wederopbouwperiode ten prooi aan de sloophamer. Tegenwoordig groeit echter het besef dat ook deze gebouwen een belangrijke cultuurhistorische waarde hebben.
Brutalistische gebouwen zijn opgetrokken uit veel beton en kenmerken zich door sculpturale vormen, een zware en massieve uitstraling en een rauw karakter. Oppervlakken zijn vaak onafgewerkt; het beton wordt niet verstopt achter verf of stucwerk, maar juist getoond zoals het is.
Internationaal is dat terug te zien in publicaties als de Atlas of Brutalist Architecture (ISBN 9781838661908), waarin 850 brutalistische gebouwen van over de hele wereld zijn opgenomen, waaronder iconische ontwerpen van Le Corbusier. Bij de bibliotheek leende ik het boekwerk BRUUT – Atlas van het Brutalisme in Nederland (ISBN 978 94 625 8537 9), een indrukwekkend boek waarin honderd brutalistische gebouwen in Nederland worden besproken. Opvallend: twee daarvan staan gewoon in Doetinchem.

Stationsgebouw Doetinchem
(Kunstroute Doetinchem #3)
Het stationsgebouw van Doetinchem werd ontworpen door NS-architect Peter Kilsdonk. Het gebouw bestaat uit drie ‘paddenstoelen’ die onderling verbonden zijn door glazen lichtstraten. De hoeden van deze paddenstoelen bestaan uit zwaar overstekende betonnen delen, waarbij de afdrukken van de houten bekisting zichtbaar zijn gebleven. Dat geeft het gebouw zijn karakteristieke brutalistische uitstraling.

Het interieur is sober uitgevoerd, met als opvallend detail de blauwe sponningen in de ramen. Oorspronkelijk beschikte het station over een daktuin, maar het onderhoud daarvan bleek in de praktijk lastig. Later ontwierp Kilsdonk ook de stations van Almere en Lelystad, die juist bekendstaan om hun hightech-architectuur. Het station van Doetinchem vormt daarmee een eenmalige, maar markante brutalistische uitstap in zijn oeuvre.
Bibliotheek Doetinchem (de Steck)
(Kunstroute Doetinchem #10 en Historische route Doetinchem tussen #16 en #17)
In de jaren zeventig wilde Doetinchem een bibliotheek die meer zou zijn dan een plek om boeken te lenen: een gebouw dat ook ruimte bood voor ontmoeting. Architect Wim Davidse ontwierp een betonnen ‘blokkendoos’ die volledig is opgebouwd uit modules van 2,5 bij 2,5 meter. Deze maatvoering is gebaseerd op gangpaden van twee meter breed en boekenkasten van vijftig centimeter diep.


Bij het ontwerp hield Davidse rekening met de klassieke villa’s in de omgeving door de hoogte van het gebouw daarop af te stemmen. Daarnaast vervaagde hij bewust de grens tussen gebouw en omgeving door een deel van het trottoir op te nemen in de buitenterrassen. Ook als passerende voetganger word je zo onderdeel van het gebouw.
Beton is het dominante bouwmateriaal en vrijwel overal zijn de sporen van de bekisting zichtbaar gelaten. In het interieur vormt het ruwe beton een mooi contrast met het warme merantihout. Inmiddels is de bibliotheek verhuisd en heeft het gebouw een nieuwe bestemming gekregen. Onder de naam De Steck fungeert het nu als broedplaats voor ondernemers, onderwijs en overheid — een eigentijdse invulling die het brutalistische erfgoed van Doetinchem levend houdt.
Tip: in de Steck zijn bijzondere kunstobjecten te zien.
Open op werkdagen. Bezoekers die deze kunstobjecten willen bekijken zijn welkom.
Sgraffito’s (Uko Gorter)
In de Steck bevinden zich drie sgraffito’s van Hans Uko Gorter (Kunstroute Doetinchem #7). Deze circusvoorstellingen zijn begin jaren zestig aangebracht in drogend cement. Ook in de vitrine van het stadhuis en in ’t Brewic bevinden zich sgraffito’’s uit deze zelfde serie.

Ronde objecten (vermoedelijk Wim Davidse)
Links uitgevoerd in rood-oranje en rechts in blauw-groen. Veel oud-Doetinchemmers herkennen deze vormen nog van de gevel van de voormalige bibliotheek, waar ze vroeger aan de buitenzijde zichtbaar waren. Vermoedelijk ontworpen door Architect Wim Davidse.

Achterhoek stilleven (Louise te Poele)
Verder is er een kunstwerk van Louise te Poele te bewonderen: een collage die de Achterhoek verbeeldt. In het werk zijn slangetjes en scheikundige artefacten verwerkt, als symbool voor duurzame innovaties die samengaan met het groen. Handjes en houten mannetjes staan voor samenwerken, noaberschap en de nieuwe maakindustrie. De gouden bodem symboliseert de vruchtbare Achterhoekse grond. Wortels verbeelden nuchterheid, vleugels ambitie, en de Achterhoekse vlag benadrukt de kracht en verbondenheid van de regio.
